Samenvatting hoofdstuk 2
Koop je sla in de Kalverstraat?
Weet je nu of je sla koopt in de Kalverstraat?
Om deze vraag te beantwoorden, moet je weten wat voor soort straat de Kalverstraat is.
Je moet weten welke winkels je daar vindt.
Winkels waar je boodschappen doet of winkels waar je echt gaat winkelen?
En je moet weten in wat voor soort winkel je sla kunt kopen.
Weet je dit allemaal? Dan kun je de vraag beantwoorden!
Boodschappen in de buurt
Boodschappen heb je heel vaak nodig: brood, groenten, vlees.
En wc-papier, melk en pindakaas.
Boodschappen doe je meestal in de buurt.
Op de fiets of lopend.
De buurt waar je woont, heet een woonwijk.
Iedere woonwijk heeft winkels.
Deze winkels heten buurtwinkels, omdat ze in de buurt zitten.
Dus dicht bij je huis. Denk maar aan de supermarkt, de bakker en de slager.
Daar ga je heel vaak heen. Soms zitten de buurtwinkels bij elkaar in een winkelcentrum.
Daar kun je alle boodschappen in één keer doen. Lekker makkelijk.
Winkelen in de stad
Winkelen is iets anders dan boodschappen doen. Winkelen
doe je als je nieuwe kleren gaat kopen, of een nieuwe koelkast.
Zulke winkels vind je meestal niet in de buurt.
Dan ga je naar de stad. Daar ga je heen met de auto of met het openbaar vervoer.
Een stad heeft altijd een centrum met een paar drukke winkelstraten.
In een winkelstraat vind je allerlei soorten winkels naast elkaar.
Je stapt van de ene winkel in de andere.
Je neemt rustig de tijd om te kijken en te passen.
Of je gaat naar een warenhuis.
Daar vind je van alles bij elkaar.
Begrippen
• de buurtwinkel
• het centrum
• het openbaar vervoer
• de stad
• het warenhuis
• het winkelcentrum
• de winkelstraat
• de woonwijk