werkstukken

Op 6 februari zullen we de werkstukwijzer gaan bespreken, zodat jullie in de vakantie naar een mooi onderwerp kunnen zoeken ( als je dat nog niet hebt gedaan).

Het werkstuk zal op 26 april ingeleverd moeten worden. We werken de hoofdstukken in het klad uit in de klas. Jullie uitegtypte eindversie maken jullie thuis als de hoofdstukken door de juffen zijn nagekeken.!

Veel succes!

Werkstukwijzer

  • Titelpagina: Titel, voornaam en achternaam, groep
  • Inhoudsopgave: Aan het einde van je werkstuk geef je iedere blz. een nummer. Zet alle hoofdstukken onder elkaar en op welke blz. je de hoofdstukken terug kunt vinden.
  • Voorwoord: Op deze blz. maak je de lezer van je werkstuk enthousiast om jouw werkstuk te gaan lezen. Vertel welk onderwerp je hebt gekozen, waarom en wat je gaat vertellen over het onderwerp.
  • Hoofdstukken: Per hoofdstuk vertel je iets over een deel van je onderwerp. De indeling volgt vanuit je woordweb die je met behulp van de werkstukwijzer maakt.
  • Slotwoord: Als je alles af hebt, schrijf je het slotwoord. Vertel hoe je het vond om aan je werkstuk te werken, wat je makkelijk of moeilijk vond en waarom en hoe je het eindresultaat vindt geworden.
  • Bronvermelding: Hier schrijf je op waar je je informatie gevonden hebt. Schrijf van de boeken de titel, de schrijver en de uitgever op en van internet de internetpagina’s

 

1

Onderwerp kiezen

 

  • Kies een onderwerp waarover je graag iets wilt vertellen.
  • Je kunt ook onderwerpen op internet, in het documentatiecentrum of in de bibliotheek vinden.

2

Verzamelen

 

  • Zoek boeken ( J-info) die bij je onderwerp passen en niet te moeilijk zijn om te lezen.
  • Kijk in het documentatiecentrum of de bibliotheek.
  • Voor extra informatie schrijf of mail je naar een museum, dierentuin, bedrijf, reisbureau enz.
  • Verzamel ook plaatjes die je in je werkstuk kunt gebruiken. Die kun je vinden: in tijdschriften, reisgidsen of op internet.
  • Zoek informatie op op internet

3

Op papier

 

  • Werk aan het stappenplan.
  • Maak op papier een indeling hoe je wilt beginnen, wat je wilt vertellen en waarmee je wilt eindigen.
  • Verdeel het geheel in goede hoofdstukjes.
  • Verzin een goede titel voor je werkstuk. De titel moet wel bij de inhoud van je verhaal passen.
  • Schrijf ieder hoofdstuk eerst in het klad. Daarna controleer je op spelling. Je kijkt of alle hoofdletters en leestekens daar staan waar ze horen. Tenslotte werk je alles in het net uit op de computer.
  • Gebruik geen boekentaal en probeer zoveel mogelijk je eigen woorden te schrijven.
  • Zorg ervoor dat de plaatjes die je invoegt bij de tekst passen.
  • Lees alles enkele keren door.

4

Tenslotte

 

  • Pas als alles klaar is maak je de inhoudsopgave, het voorwoord, het slotwoord en de kaft.
  • Nu maak je de bronvermelding. (Welke boeken, internetsites, dvd’s, cd’s en andere bronnen.)

5

Beoordeling

 

  • De meester of juf kijkt en beoordeelt je naar de volgende punten: